broer - zus 12 - 18 jaar > jij > jijzelf

Als je dit gaat lezen, komt dat misschien omdat je weet dat jouw broer of zus dood kan gaan. Het kan ook zijn dat je zelf het gevoel hebt dat dit gaat gebeuren en dat je wilt weten hoe je daarmee om moet gaan. Hieronder geven we je wat tips mee, die je misschien kunnen helpen.

 

  • Je hebt recht op betrouwbare informatie over de ziekte van je broer of zus. En alle vragen die jij hebt, zijn belangrijk. Ook al lijken ze nog zo gek, ze zijn het niet! Blijf er niet mee rondlopen, maar stel ze gewoon.

  • Misschien vind je het moeilijk om met je ouders te praten over doodgaan. Omdat ze dan nog verdrietiger kunnen worden of omdat je bang bent dat ze boos zullen worden. Maar weet je, je maakt je vader en moeder niet verdrietiger. Het is voor hen juist het veel moeilijker om te zien dat jij je zorgen maakt. Dan kunnen ze je ook niet helpen. En ook al kunnen je ouders niet alles oplossen, het helpt wel om er samen over te praten.

  • Als je niet zo maar met je vader en moeder durft te praten, vraag dan iemand anders om hulp. Iemand die aan je ouders vraagt om er met jou over te praten. Dan hoef je er niet zelf als eerste over te praten. Dat kan gemakkelijker zijn. Misschien kan je broer of zus, of een tante of oom, opa of oma je helpen. En ook vrienden of de buren kunnen dat.

  • Voor volwassenen (ook voor artsen) is het niet gemakkelijk om over doodgaan te praten. Het kan zijn dat je een onduidelijk antwoord krijgt op de vraag of je broer of zus doodgaat aan de ziekte. Als je nog niet voldoende weet, vraag dan verder.

  • Wil je liever eerst zelf informatie opzoeken? Het is goed om te weten dat de informatie die op internet staat, niet altijd betrouwbaar is en vaak zo algemeen, dat je nog niet echt goed weet wat het voor jouw broer of zus betekent. Zoek informatie bij betrouwbare sites (zoals van patiëntenverenigingen) en gebruik de informatie alleen om na te vragen bij je ouders of de dokter of de  informatie ook voor jouw broer of zus geldt.

  • Als je zieke broer of zus steeds zieker wordt, of je weet dat de tijd die jullie samen hebben, niet lang meer is, wat dan? Zorg ervoor dat je genoeg tijd met hem of haar kunt doorbrengen. Vraag of je ouders je helpen om iets bijzonders met je broer of zus te doen.

    Hier een paar tips die je kunt proberen:

    • Schaduwfiguren maken op de muur

    • Kijken wie het langst stil kan blijven zitten zonder te lachen

    • Sneeuwballen maken van krantenpapier en elkaar daarmee bekogelen

    • Lekker samen op de bank kruipen of in bed en luisteren naar mooie muziek

    • Gezichtjes tekenen op ballonnen en daarmee overgooien

    • Samen naar een luisterboek luisteren of naar een film kijken

    • Samen verhalen verzinnen of een verhaal voorlezen

    • Computerspelletjes doen

    • Haren opsteken en opmaken

    • Samen gekke bekken trekken

    • Samen rare geluiden maken

    • Kietelspelletjes doen

    • Liedjes zingen

    • Bellen blazen

  • Soms moet je nieuwe manieren bedenken om met elkaar te spelen, omdat je niet alles kunt. Hieronder vind je wat voorbeelden die kinderen al bedacht hebben:

    • Bordspelletjes: vorm samen een team en spreek af wat jij mag doen, bijv. met de dobbelsteen gooien of het kaartje voorlezen.

    • Balspelletjes: tennissen terwijl je op een stoel zit of spelen met een zachte bal van schuim.

    • Woordspelletjes: jij roept een woord en je broer of zus moet dat op een grappige manier uitbeelden.

    • Dansen: met je vingers bewegen op de maat van de muziek.

 

    • Doen alsof: leg plaatjes van dieren op een rij. Je broer of zus doet een dier na en jij moet aanwijzen welk dier. Voelspelletjes: probeer iets te herkennen door te voelen (zonder te kijken).

    • Spiegelbeeld: Kijk elkaar in de ogen en doe elkaar dan precies na, alsof je in de spiegel kijkt.
       

 

  • Heb je speciale wensen, iets wat je graag nog met je zieke broer of zus wilt doen voordat het niet meer kan? Maak een lijst van dingen je nog wilt doen en bespreek die met je ouders en vriend(inn)en. Er is vaak meer mogelijk dan je denkt.

  • Maak veel foto’s van jou en je zieke broer of zus samen. Je kunt selfies maken of iemand vragen belangrijke momenten van jullie samen vast te leggen.

  • Houd een dagboek bij waarin je herinneringen kunt bewaren aan je broer of zus. Je kunt het ook op losse briefjes schrijven en die in een speciale potje of doosje bewaren.

  • Is praten te moeilijk voor je? Stuur dan een berichtje naar iemand. Dat kan gemakkelijker zijn dan het hardop tegen iemand zeggen.

  • Praat over je gevoelens met iemand die je vertrouwt. Veel broers en zussen voelen zich wel eens schuldig, jaloers, boos, verdrietig of bang. Dat zijn allemaal hele normale gevoelens. Het is fijn om daar met iemand over te kunnen praten.

  • Jouw eigen leven is ook belangrijk. Blijf de dingen doen die je echt leuk vindt. Voel je niet schuldig als je ook plezier kunt maken. Als jij plezier hebt, kun je thuis ook beter omgaan met je zieke broer of zus.