broer - zus 12 - 18 jaar > mensen die je kent van > school

Als je weet dat je broer of zus niet meer beter kan worden en misschien wel dood gaat, kun je je afvragen hoe alles dan verder moet. Het is ook moeilijk om je voor te stellen wat er allemaal kan gebeuren. Hier vind je een paar tips, die je misschien kunnen helpen.

  • Het is niet gemakkelijk om met je vrienden en klasgenoten te praten over de situatie dat je broer of zus misschien wel dood gaat. Het kan zijn dat je liever niet wilt dat ze het weten, omdat je denkt dat ze dan anders met je omgaan. Vaak is het zo dat je vrienden en klasgenoten al weten wat er aan de hand is. Ze horen dat vaak toch via via. Als je er dan niet over praat, wordt het een heel groot geheim en dat voelt ook niet fijn. Je zou samen met je mentor kunnen afspreken dat hij of zij aan de klas over jouw broer of zus vertelt. De mentor kan dan met de klas afspreken dat ze gewoon met je om moeten gaan, dat je niet steeds over je broer of zus  wilt praten en als ze toch iets willen weten, dat ze dat bespreken als jij een keer niet op school bent.

  • Het kan ook zijn dat je juist liever zelf aan je klas vertelt dat je broer of zus niet meer beter wordt. Misschien wel met je ouders erbij. Dat kan natuurlijk ook. Dan kun je zelf vertellen hoe jij wilt dat ze met je omgaan. De mentor zal er dan ook op letten dat iedereen zich aan die afspraken houdt.

  • Vaak zeggen jongeren dat ze zich niet begrepen voelen op school. Begrip begint met goede informatie. Ook al vind je het misschien moeilijk, toch is het fijn dat anderen weten wat er met jou of je zieke broer of zus aan de hand is. Pas dan kunnen ze proberen te begrijpen hoe het voor jou is.

  • Je klasgenoten kunnen je helpen maar soms ook heel dom of kwetsend reageren. Dat is echt niet fijn. Probeer te beseffen dat zij dus echt niet snappen wat jij meemaakt. Maak het wel bespreekbaar met een volwassene die jou hiermee kan helpen.

  • Misschien zorg je thuis nu vaker voor je zieke broer of zus, waardoor je minder tijd aan je huiswerk kunt besteden. Of je kunt je moeilijker concentreren. Ook daarvoor is het prettig dat je docenten op de hoogte zijn. Het is goed dat in ieder geval je mentor weet wat er speelt. Je kunt er een keer met de mentor over praten of dat samen met je ouders doen. De mentor kan ervoor zorgen dat andere docenten ook op de hoogte zijn van de situatie. Zo hoef je niet altijd uit te leggen wat er aan de hand is als het even niet lukt.

  • Zorg dat je op school een docent hebt, die je vertrouwt en naar wie je altijd toe kunt stappen. In veel gevallen zal dit de mentor zijn. Maar als jij je beter voelt bij die aardige docent die je vorig jaar had, dan kan dat natuurlijk ook.

  • Soms heb je misschien het gevoel dat je op school tenminste even alles kunt vergeten van thuis. Dat is heel logisch en helemaal niet erg. Naar school gaan en met vriend(inn)en omgaan zorgt ook vaak voor afleiding.

  • Het is heel begrijpelijk als je ook wel eens een onvoldoende haalt. Als je gewoon je best doet, is er niets aan de hand, toch? Iedereen begrijpt dat je minder goed kunt werken als je een broer of zus hebt, die zo ziek is. Sommige leerlingen willen soms extra hun best doen om hun ouders blij te maken. Als je daardoor veel te hard werkt, is dat natuurlijk niet de bedoeling.