broer - zus < 12 jaar > jij > jijzelf

Als je dit gaat lezen, komt dat misschien omdat je gehoord hebt dat je broer of zus dood kan gaan aan een ziekte. Het kan ook zijn dat je zelf het gevoel hebt dat dit kan gebeuren en dat je wilt weten wat jou dan allemaal overkomt.

Hieronder vind je wat tips die je misschien kunnen helpen.

  • Alle vragen die jij hebt, zijn belangrijk. Ook al lijken ze nog zo gek, dat zijn ze niet! Blijf er niet mee rondlopen. Vraag om informatie als je daar behoefte aan hebt. Je kunt beter precies weten hoe het zit dan het in je hoofd erger maken dan het misschien is. Op de site  www.bijzonderebroerofzus.nl kun je ook een vraag op een forum plaatsen of een berichtje sturen aan iemand die er veel van weet. 

  • Misschien vind je het moeilijk om met je vader en moeder te praten over doodgaan. Omdat ze dan nog verdrietiger kunnen worden of omdat je bang bent dat ze boos zullen worden. Maar weet je, voor hen is het veel moeilijker om te zien dat jij je zorgen maakt, zonder dat ze je kunnen helpen. En ook al kunnen je vader en moeder niet alles oplossen, het helpt wel om er samen over te praten.

  • Als je niet naar je vader en moeder toe durft te stappen, vraag dan iemand om hulp. Iemand die aan hen vraagt om naar jou toe te komen. Dat kan gemakkelijker zijn. Misschien kan je broer of zus, of een tante of oom, opa of oma je helpen. Maar ook vrienden of de buren kunnen dat.

  • Voor volwassenen (ook voor dokters) is het niet gemakkelijk om over doodgaan te praten. Het kan zijn dat je een onduidelijk antwoord krijgt op de vraag of je broer of zus dood kan gaan. Als je nog niet voldoende weet, vraag dan door.

  • Wil je liever eerst zelf informatie opzoeken? Het is goed om te weten dat de informatie die op internet staat, niet altijd waar is. Vaak weet je ook niet wat het nu precies voor jouw broer of zus betekent. Het is beter om je vragen te stellen aan je vader en moeder en aan de dokter of de zuster die je goed kent.

  • Als je broer of zus steeds zieker wordt, of je weet dat jullie samen niet veel tijd meer hebben, wat dan? Zorg ervoor dat je genoeg tijd met elkaar hebt. Vraag of je vader of moeder je helpen om iets bijzonders met je broer of zus te doen.

  • Heb je speciale wensen, iets wat je graag nog met je zieke broer of zus wilt doen voordat het niet meer kan? Maak een lijst van dingen je nog wilt doen en bespreek die met je vader en moeder en vrienden of vriendinnen. Er kan vaak meer dan je denkt.

  • Maak veel foto’s van jou en je zieke broer of zus samen. Je kunt selfies maken of iemand vragen die foto’s van jullie samen te maken.

  • Houd een dagboek bij waarin je herinneringen kunt bewaren aan je broer of zus. Je kunt het ook op losse briefjes schrijven en die in een speciale pot of doosje bewaren.

  • Is praten te moeilijk voor je? Stuur je zorgen dan in een berichtje, dat kan gemakkelijker zijn dan het hardop tegen iemand zeggen.

  • Praat over wat je voelt en denkt met iemand die je vertrouwt. Veel kinderen voelen zich wel eens schuldig, zijn jaloers, boos, verdrietig of bang. Dat is allemaal heel normaal. Het is fijn om daar met iemand over te kunnen praten.

  • Jouw eigen leven is ook belangrijk. Vraag je vader of moeder om ook dingen met jou te doen. Blijf de dingen doen die je ook echt leuk vindt. Voel je niet schuldig als je ook plezier kunt maken. Als jij plezier hebt, ben je thuis ook plezieriger voor je zieke broer of zus.