broer - zus < 12 jaar > mensen die je kent van > geloof/kerk

Je zusje of broertje is nu wel heel erg ziek. Waar gaat hij of zij heen als het leven ophoudt? Veel mensen geloven in de hemel, of het paradijs,  een plaats van heel veel licht en liefde. Waar God of Allah is. Dat is een fijne gedachte. Maar tegelijk is het zo erg en moeilijk te bedenken hoe het zal zijn als je broer of zus niet meer hier is. Dat kan je je ook helemaal niet voorstellen.

  • Je kan wel bedenken hoe je haar of hem kunt laten weten dat je hem of haar nooit vergeet. Je kunt dat zeggen, maar je kunt ook iets maken of uitzoeken om te geven. Je kunt daar ook over praten met je broer of zus: wat je elkaar kunt geven. Want je broer of zus hoort altijd bij jouw leven.  Er wordt vaak het beeld gebruikt  van  ‘sterretjes’.. als je broer of zus niet meer op aarde leeft, kijk dan naar de sterren: een lichtje dat je laat weten: o ja, daar ergens is mijn broer of zusje ook. In het licht. Je blijft altijd broer of zus, ook als je niet meer bij elkaar bent.

  • Je broer of zus is ziek. Dat is heel vervelend voor hem of haar. Maar ook voor jou! Soms denk je misschien: hallo, ik ben er ook nog! Zien jullie mij eigenlijk wel? Het is heel normaal dat je dat denkt en ja, ze zien je echt. Je bent echt net zo belangrijk als je broer of zus, maar die krijgt nu veel meer aandacht door die ziekte. Zo nu en dan kan je ook best tegen iemand zeggen dat jij het ook best moeilijk vindt. Voor je broer of zus, maar ook voor jou zelf. Dat is helemaal niet gek. Maar vergeet niet, als er dingen vervelend of moeilijk zijn, als je verdrietig bent, is er ook altijd iets wat bijzonder is, iets wat je kracht geeft . Daar kun je naar zoeken.

  • Probeer iets te bedenken of te maken dat je helpt. Iets bijzonders. Een mooie steen bijvoorbeeld, een lichtje naast je bed, een tekening die laat zien dat er altijd licht is. Een kettinkje dat je draagt en dat je zegt dat pappa en mamma, je broers of zusjes als je die hebt, opa en oma, dat je allemaal van elkaar houdt en bij elkaar hoort en dat iedereen een eigen plekje heeft in jullie gezin. Je kunt iets bedenken met kralen of zo. En als je verdrietig bent, pak je die vast: “O ja, we horen allemaal bij elkaar”.

  • Als je in God of Allah gelooft, weet dan dat alle kinderen even belangrijk voor hem zijn en dat hij alle kinderen ziet en helpt. Tegen God kan je echt alles zeggen. Je bent nooit helemaal alleen.