vader - moeder > uw gezin > uw andere kinderen

In veel gezinnen zijn er ook broers en zussen, die het ziekteproces van dichtbij meemaken. Als uw kind steeds meer achteruit gaat, hebben ook zij ondersteuning nodig. Hierna vindt u enkele handreikingen, die hierbij helpend kunnen zijn.

Praten met uw kind

  • Naarmate uw zieke kind meer zorg en aandacht vraagt, blijft er minder aandacht over voor de andere kinderen in het gezin. Hier kunt u niets aan doen. De meeste kinderen voelen dit van nature aan en vragen minder aandacht. Vaak is het zo dat kinderen proberen om op een andere manier aandacht te vragen. Dat kan op een negatieve manier zijn, bijvoorbeeld door meer ruzie te maken, de strijd met u aan te gaan of dingen stuk te maken. Maar vaak vragen ze het juist ook op een positieve manier, bijvoorbeeld door ongevraagd te helpen in het huishouden, boodschappen te doen of extra hun best te doen op school. Ze willen graag gezien worden, hun verhaal vertellen en merken dat er ook naar hen wordt geluisterd, ook al weten ze dat hun broer of zus heel erg ziek is. Wellicht heeft u goede opvang voor de andere kinderen in uw gezin, zodat zij ook aandacht krijgen. Toch hebben uw andere kinderen juist in deze fase ook echt uw exclusieve aandacht nodig.  Probeer elke dag een moment te hebben om er voor elk kind in uw gezin te zijn, al is dat maar kort. Vraag dan uw partner of iemand anders om er even voor uw zieke kind te zijn.

  • Alles wat staat beschreven over het praten met uw zieke kind  is ook van toepassing op uw andere kinderen. Wat weten zij van de aandoening en hoe het verder gaat? Wat kunnen ze weten over wat er gaat komen? Moeten we ze vertellen dat hun broer of zus niet lang meer leeft en dood zal gaan? Meer hierover vindt u op de pagina vader/moeder > u en uw kind.

  • Broers en zussen worstelen vaak met veel, ook heel tegenstrijdige, gevoelens. Ze hebben verdriet, voelen zich  machteloos en bang voor wat er komen gaat, maar zijn soms ook boos en opstandig. Ook in deze fase kunnen ze gevoelens van jaloezie ervaren, waar ze zich ook heel schuldig over voelen. En hoe zit het eigenlijk met blijheid? Kun je eigenlijk nog wel blij zijn als je broer of zus binnenkort misschien wel dood gaat? Het is niet gemakkelijk om met deze gevoelens om te gaan of ze met iemand te delen. Het helpt hen wel als iemand kan vertellen dat dit normaal is in zo’n abnormale situatie.

Samen leven met de dag

  • Voor broers en zussen is het niet gemakkelijk om in de laatste levensfase van uw kind een manier te vinden om iets samen met hem of haar te doen. Hierdoor trekken ze zich vaak terug, terwijl de behoefte er wel is om iets samen te doen. Help hen hierbij door samen naar mogelijkheden te zoeken. Misschien kan de broer of zus een verhaaltje voorlezen of kunnen ze samen op het bed een filmpje kijken. Maak foto’s van die momenten.

  • Houd ook in deze fase zoveel mogelijk vast aan de normale routines en afspraken in huis. Het geeft uw andere kinderen een gevoel van veiligheid en houvast als ze weten dat de alledaagse zaken (als school, sportclub) gewoon doorgaan en dat ook de regels in huis hetzelfde blijven.

  • Misschien hebt u in de laatste levensfase van uw kind meer mensen in huis. Voor uw andere kinderen is het belangrijk dat er ook voldoende momenten zijn met het hele gezin, zonder anderen (hoe dichtbij ze misschien ook zijn). Kinderen voelen zich soms in hun eigen huis niet meer thuis, omdat er zoveel volwassenen om hen heen zijn. Op deze manier krijgen ze soms onvoldoende kans om betrokken te worden bij het ziekteproces en bij de gewone alledaagse dingen in het gezin. Probeer hier tijd voor te maken.

  • Als het kan, leg de gezamenlijke gezinsmomenten vast. Dat kunnen bijvoorbeeld momenten zijn dat iedereen even op het bed van uw zieke kind zit, of dat u aan tafel zit en uw zieke kind in bed aanschuift.

  • Het kan zijn dat uw andere kinderen liever thuis willen zijn als het overlijden van uw kind dichterbij komt. Soms willen ze er echt bij zijn, vaak willen ze in de buurt zijn, zodat ze kunnen volgen wat er allemaal gebeurt. Neem uw kind hierin serieus en bespreek samen wat het beste is.

  • Misschien willen uw andere kinderen graag weten wat er gebeurt als uw kind is overleden. Bijvoorbeeld of hij of zij thuis blijft, hoe hij/zij eruit ziet, of ze hem/haar mogen aanraken, of er een begrafenis komt. Misschien zijn het vragen die u liever pas later met hen wilt bespreken. Besef dat op het moment dat kinderen hiernaar vragen, ze willen weten waar ze aan toe zijn. Het geeft houvast om een beetje te weten wat er komen gaat. Voor zover u de antwoorden al heeft, bespreek ze. Over de vragen waar u nog geen antwoord hebt, kunt u afspreken dat u erop terug zult komen zodra u daar meer over weet.