kind tot 12 jaar > mensen die je kent van > geloof/kerk

Je hebt gehoord dat je niet meer genezen kunt worden van je ziekte; dat is echt heftig!

  • Het is goed te weten dat je band met je pappa en mamma en je broers en zussen altijd blijft bestaan. Jullie horen zo enorm bij elkaar, dat blijft altijd.

  • Misschien denk je wel over God  na. Misschien heb je thuis of op school al vaak gehoord over God en Jezus, of over Allah. Over de hemel of het paradijs dat er is en waar je naar toe gaat als je niet meer leeft. Daar is liefde en warmte; ze zeggen dat het daar heel fijn is. Je ziet daar misschien je opa of oma, of iemand anders die overleden is, terug. Het is een fijne gedachte dat er op je gewacht wordt. Door God of door mensen (of dieren) die je kent. Dat je niet alleen zult zijn. En dat je later je vader en moeder daar weer zult zien. Ze zeggen dat een minuut in de hemel net zo snel gaat als jaren hier op aarde. Maar het is wel een moeilijke gedachte dat jij eerst moet gaan. Je bent nog erg jong.

  • Je kunt met je pappa of mamma of met anderen best hier over praten. Dat is best  fijn om te doen, al is het ook verdrietig. Zeggen tegen elkaar waar je op hoopt en over droomt.

  • Als je niet in een God gelooft, kan je toch het beeld hebben van een land van liefde en licht waar je naar toe gaat. Je kunt daar ook mooie tekeningen over maken, met veel kleuren! Het regenboogland!

  • Kijk naar wat je fijn vindt om te doen. Welke mensen er bij je moeten zijn.

  • Wat vind je een fijn boek om te lezen, om bij weg te dromen?

  • Ga iets maken wat je kan weggeven als herinnering.

  • Bedenk dat je  nooit alleen bent. Er is een God, of een speciale kracht die jou helpt.

  • Als je wilt dat iemand daarover vertelt, vraag dat dan aan iemand van je kerk, of moskee, of aan de geestelijk verzorger van het ziekenhuis!