kind tot 12 jaar > jij > jijzelf

Als je dit gaat lezen, komt dat misschien omdat je gehoord hebt dat je dood kunt gaan aan jouw ziekte. Of je hebt zelf het gevoel dat je dood kunt gaan en je wilt weten wat er dan allemaal gebeurt, wat je dan allemaal denkt, voelt en wat je kunt doen. Hierna vertellen we je waar je over na kunt denken, als het steeds slechter met je gaat. Ben je bang dat je steeds zieker wordt? Dat je dan nog minder kunt dan nu? Of vraag je je af of je echt dood kunt gaan aan jouw ziekte? Het is niet gemakkelijk om daar over te praten.

  • Alle vragen die jij hebt, zijn belangrijk. Ook al lijken ze nog zo gek, ze zijn niet gek! Blijf er niet mee rondlopen.

  • Misschien vind je het moeilijk om met je vader en moeder te praten over doodgaan. Omdat ze dan nog verdrietiger kunnen worden of omdat je bang bent dat ze boos zullen worden. Maar weet je, voor je vader en moeder is het veel moeilijker om te zien dat jij je zorgen maakt, zonder dat ze je kunnen helpen. En ook al kunnen je ouders niet alles oplossen, het helpt wel om er samen over te praten.

  • Als je niet zo maar naar je vader en moeder toe durft te stappen, vraag dan iemand om hulp. Iemand die aan je ouders vraagt om naar jou toe te komen. Dat kan gemakkelijker zijn. Misschien kan je broer of zus, of een tante of oom, opa of oma je helpen. Maar ook vrienden of de buren kunnen dat.

  • Voor volwassenen (en ook voor dokters) is het ook niet gemakkelijk om over doodgaan te praten. Het kan zijn dat je onduidelijke antwoorden krijgt. Als je nog niet voldoende weet, vraag dan door.

  • Wil je liever eerst zelf informatie opzoeken? Dat kan op internet. Maar het is goed om te weten dat wat daar staat, niet altijd waar is. Of je  weet nog steeds niet echt goed wat er nu precies met jou gaat gebeuren. Het is beter om je vragen te stellen aan je vader en moeder en aan de dokter of de verpleegkundige die je goed kent.

  • Merk je dat je steeds meer achteruit gaat? Het is niet gemakkelijk om dat toe te geven. Je kunt soms dingen niet meer en je weet niet of je het ooit weer zult kunnen. Dat kan je heel bang of verdrietig maken. Of misschien weet je even niet wat je moet voelen. Ook als je verdriet of angst niet echt weggaat, het helpt wel als je er moet iemand over praat.

  • Is praten te moeilijk voor je? Stuur je zorgen dan in een berichtje. Dat kan gemakkelijker zijn dan het hardop tegen iemand zeggen.

  • Heb je wensen of dromen die je nog wil laten uitkomen voordat het niet meer kan? Maak een lijst van dingen je nog wilt doen en bespreek die met je familie en vriend(inn)en. Er kan vaak meer dan je denkt.

  • Het kan best zijn dat je zelf ideeën hebt over hoe jouw afscheid zou moeten gaan: wie erbij moeten zijn, hoe de kaart eruit moet zien, welke tekst erop komt te staan, enzovoorts. Vaak zitten kinderen heel erg met deze dingen. Aan de ene kant nog zo lang mogelijk willen leven en tegelijkertijd nadenken over je afscheid is niet raar. Als het voor jou helpt om er over na te denken en dat op te schrijven, doe dat dan. Doe dat samen met mensen waar je van houdt. En weet: je mag altijd weer van gedachten veranderen. Ook als je erover praat, kan het zijn dat je later misschien toch weer iets anders wilt. Het gaat er om dat je er eerlijk over kunt praten en dat mensen luisteren naar wat jij vindt,  ook al weet je dat misschien nog niet zeker.