kind tot 12 jaar > mensen die je helpen > kinderthuiszorg

Nu je je zo ziek voelt en je weet dat je dood kunt gaan aan je ziekte, komt er misschien wel een zuster of broeder bij je thuis om te helpen voor jou te zorgen. Dan heb je even tijd nodig om elkaar goed te leren kennen. Maar het kan ook zo zijn dat elkaar al heel goed kent omdat ze al wat langer voor je zorgen.

  • Wist je dat er mensen zijn die precies hebben geleerd om thuis voor kinderen te zorgen die zo ziek zijn dat ze dood gaan? Die werken bij kinderthuiszorgorganisaties. Zij kunnen die dingen voor je doen die je vader en moeder zelf liever niet willen of kunnen doen. Soms komen die mensen iedere dag, soms af en toe.

  • Die mensen zorgen niet alleen voor je, ze kunnen je ook uitleggen waarom ze bepaalde dingen bij jou doen. Misschien moet je wel een prikje krijgen of hele vieze medicijnen slikken. Als je dat  nu heel eng vindt, dan kun je dat gewoon vertellen. Dan kun je de pillen misschien wel ruilen voor een drankje of met een beetje ranja of vla mengen.

  • Als je voelt dat je steeds minder kunt en je erg moe wordt, dan kan de zuster je helpen met bedenken hoe je minder moe wordt. Je kunt bijvoorbeeld af en toe een tijdje gaan slapen en dan kan daarna even een vriendje of vriendinnetje langskomen.

  • Als jij wilt weten wat er precies gaat gebeuren met je lichaam als je dood gaat en wat je dan voelt, kun je allemaal vragen. Of het pijn doet of dat het eng is...

  • Er staan dingen op internet die je helpen om over doodgaan te praten. Maar zoek nooit alleen op internet. Niet alles wat je daar vindt, klopt ook echt.

  • Als je merkt dat je lijf steeds zwakker wordt kan het zijn dat je je plas niet goed meer kunt ophouden. De zuster of broeder weet slimme manieren dat niemand daar iets van hoeft te merken.

  • Misschien voel je wel pijn. De kinderthuiszorg kan een speciaal bed voor je bestellen waar je zacht op ligt, of je rug masseren of dit aan je vader en moeder leren. Ook een verhaal voorlezen helpt. Dan denk je even iet aan pijn. Pijn hebben hoeft niet. Praat er maar over. Dan zijn krijg je medicijnen, of een warm kruikje.

  • Het is soms moeilijk voor andere mensen om te weten hoeveel pijn je hebt. Daarom is het belangrijk dat jij zelf laat weten hoeveel pijn je hebt. Dat is niet echt gemakkelijk. Maak gebruik van de pijnliniaal die in het 'Vergeet me niet'-doosje zit. Je vader of moeder kan dan goed bijhouden hoeveel pijn je hebt en of het meer of minder wordt. Dat is voor de dokter heel handig om te weten, Dan kan hij je iets geven tegen de pijn. Je kunt de liniaal ook goed gebruiken om aan te geven hoe bang of misselijk je bent.

  • Misschien denk je wel eens na over doodgaan en wil je weten hoe dat gaat, maar vind je het moeilijk om er met je vader en moeder over te praten. De verpleegkundige kan je dan helpen er met je vader en moeder of de dokter over te praten.

  • Ieder kind dat heel ziek is, is ook weleens bang. Soms omdat je niet alles snapt, maar ook kun je bang zijn voor wat komen gaat. Soms krijg je een bang gevoel van binnen omdat stofjes in je lijf een beetje in de war zijn. Voel jij je bang, praat er dan over, met je vader en moeder of met de zuster of broeder van de kinderthuiszorg. Die kunnen je helpen zoeken naar een oplossing. In het houmevast doosje zitten hele speciale stenen die je kracht geven. Zoek maar een mooie steen uit om een tijdje vast te houden. In het dagboekje staat de uitleg over deze stenen.

  • Misschien heb je wel een idee over het plekje waar jij straks zult zijn. Over hoe je wilt dat je kistje er uit gaat zien. Of misschien wil je wel iets tegen iedereen zeggen op een filmpje voor later als jij er niet meer bent. De verpleegkundige kan je misschien wel helpen dit filmpje voor je op te nemen.